Aan de kust: de zwaarste windzone en zoutlucht
De Belgische bijlage bij de windnorm NBN EN 1991-1-4 deelt het land op in vier zones met een basiswindsnelheid van 23 tot 26 m/s. Brugge en de kust vallen in de hoogste zone, 26 m/s. Tegenover 23 m/s in Aarlen is dat 13% meer windsnelheid en zo'n 28% meer basisdruk op het dak.
Daar komt de terreincategorie bij. Buildwise vat de norm samen: categorie 0 is zee of een kustgebied dat aan open zee blootgesteld is, de zwaarste categorie voor een gebouw. Een hal in Zeebrugge of achter de duinen krijgt dus de hoogste windbelasting van het land. Dat raakt vooral de randen en hoeken van het dak, waar de bevestiging van isolatie en dichting het dichtst moet staan.
Het tweede is het zout. EN ISO 12944-2 plaatst een kust met een hoge zoutbelasting in corrosiviteitsklasse C5, de zwaarste gewone klasse. Voestalpine, een van de grote producenten van voorgelakt staal, adviseert in zijn leveringsvoorwaarden een coating in klasse RC3 binnen 20 km van de zee, RC4 binnen 10 km en RC5 binnen 3 km. Dat is een richtlijn van een fabrikant en geen wettelijke eis, maar het geeft goed aan hoe snel de eis oploopt naar de kustlijn toe.
Een coating is maar zo sterk als de zwakste plek. Aan zee gaat het daarom ook over de schroeven, de zetstukken aan de dakrand en de snijkanten van de platen: wat sneller roest dan de plaat zelf, wordt het begin van een lek. In de raming staat daarom niet alleen de klasse van de coating, maar ook waarmee en hoe de randen afgewerkt worden. Voor een hal op een terrein achter de duinen is dat geen detail maar de kern van de opbouw.

