Brandveiligheid

    Brandveiligheid van een steeldeck dak

    Een steeldeck dak bestaat uit stalen profielplaten met daarop een dampscherm, isolatie en een dakbedekking. Het staal brandt niet, maar de lagen erboven kunnen dat wel. Welke eisen er gelden, hangt af van het gebouw, de datum van de bouwaanvraag en soms van de verzekeraar. Hieronder wat de regels zeggen, met de bron erbij.

    Doorsnede van een steeldeck dak met profielplaat, dampscherm, isolatie en dakbedekking

    Waarom brand op het dak een eigen onderwerp is

    Het dak is het grootste buitenoppervlak van een bedrijfshal. Een brand kan het dak van twee kanten bedreigen: van binnenuit, als vuur in de hal de onderkant van het dak bereikt, en van buitenaf, door vliegvuur van een brand in de buurt of door een defect aan een installatie op het dak. In beide gevallen telt niet één materiaal, maar de hele opbouw: de profielplaat, het dampscherm, de isolatie, de dakbedekking en hoe alles bevestigd is.

    In België staan de regels voor nieuwe industriegebouwen in bijlage 6 van het koninklijk besluit van 7 juli 1994 tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing. Daarnaast spelen de Europese normen voor brandgedrag, de technische goedkeuringen van producten en, voor sommige bedrijven, de eisen van de verzekeraar.

    Bijlage 6 van het KB basisnormen: voor welke gebouwen

    Bijlage 6 geldt voor op te richten industriegebouwen en voor uitbreidingen van bestaande industriegebouwen waarvoor de bouwaanvraag vanaf 15 augustus 2009 is ingediend. Industriegebouwen met één bouwlaag van hoogstens 100 m² vallen erbuiten. Het besluit is sindsdien meermaals gewijzigd, onder meer in 2012 en in 2022.

    Voor een bestaand gebouw zijn de voorschriften van bijlage 6 dus niet automatisch van toepassing. Het Verslag aan de Koning bij bijlage 6 zegt wel dat men ze kan gebruiken als leidraad bij verbouwingen of bestemmingswijzigingen van bestaande industriegebouwen. In de praktijk vraagt de brandweer bij een vergunningsaanvraag vaak een advies, en daarin kan meer staan dan het besluit zelf.

    Bijlage 6 deelt een compartiment in volgens zijn brandbelasting: klasse A tot 350 MJ/m², klasse B van 350 tot 900 MJ/m², klasse C boven 900 MJ/m². Die klasse bepaalt onder meer hoe groot een compartiment mag zijn en welke brandweerstand de wanden en de draagstructuur moeten hebben.

    Broof(t1): de eis voor de dakbedekking

    Punt 6.6 van bijlage 6 zegt letterlijk dat de dakbedekking van het industriegebouw tot klasse Broof(t1) behoort. Groendaken die aan de voorwaarden van bijlage 7 voldoen, vallen erbuiten. De klasse wordt bepaald volgens NBN EN 13501-5, met test 1 van CEN/TS 1187: een proef met vliegvuur. Om Broof(t1) te halen mag de vlam zich over minder dan 0,7 m uitbreiden, mag de verbrande lengte niet meer dan 0,8 m zijn, mag er geen brandend materiaal naar beneden vallen, mogen brandende deeltjes niet door de dakconstructie dringen en mag er geen interne smeulbrand zijn.

    Belangrijk is dat de klasse niet voor het membraan alleen geldt, maar voor het volledige dak zoals het gelegd wordt: membraan, isolatie, ondergrond en bevestiging. Buildwise geeft het voorbeeld van een membraan dat Broof(t1) haalt op minerale wol, maar daarom niet op EPS. Een brandreactieklasse van de afzonderlijke materialen volstaat dus niet om aan de eis te voldoen.

    Het bewijs komt volgens het KB uit de informatie bij de CE-markering, of anders uit een classificatierapport of een BENOR- of ATG-goedkeuring. Buildwise wijst erop dat de prestatieverklaring van een dakmembraan volgens de productnormen in de praktijk vaak alleen Froof(t1) mag vermelden, en raadt aan de ATG's of de classificatieverslagen te volgen. Een zware schutlaag, zoals grind van minstens 5 cm, wordt verondersteld te voldoen zonder proef.

    • Geldt voor de hele opbouw, niet voor één laag
    • Bewijs via ATG, BENOR of een classificatierapport van de combinatie
    • Lichtkoepels hoeven niet te voldoen als ze minstens 3 m uit elkaar staan, elk hoogstens 5 m² zijn en samen minder dan 5% van het dak beslaan
    • Grind van minstens 5 cm geldt als voldoende zonder proef

    Euroklassen: reactie bij brand van de materialen

    Los van het dak als geheel heeft elk bouwmateriaal een klasse voor reactie bij brand volgens NBN EN 13501-1. Er zijn zeven hoofdklassen, A1, A2, B, C, D, E en F, van niet brandbaar tot niet beoordeeld. Voor A1 en A2 worden onder meer de onbrandbaarheid en de verbrandingswarmte gemeten, voor B, C en D de warmteafgifte in de SBI-proef, en voor E en F een proef met een kleine vlam. Daarbij komt een aanduiding voor rook, van s1 tot s3, en voor brandende druppels, van d0 tot d2. Volgens Buildwise gelden in België sinds 1 december 2016 alleen nog deze Europese klassen.

    Voor de dakisolatie van een industriegebouw legt bijlage 6 geen algemene klasse op. Er is één uitzondering die op elk steeldeck dak kan terugkomen: de strook dak naast een compartimentwand. Die wordt verderop uitgelegd. Andere eisen voor de isolatie komen meestal uit het advies van de brandweer, uit de technische goedkeuring van de dakopbouw of uit de voorwaarden van de verzekeraar.

    Brandstabiliteit: staalplaat en draagstructuur

    Buildwise beantwoordt de vraag of de stalen profielplaten van een plat industriedak beschermd moeten worden. In principe gelden er voor niet structurele dragende elementen, zoals staalplaten, geen eisen voor brandstabiliteit, en behalve in uitzonderlijke gevallen hoeft een ontoegankelijk plat dak geen brandweerstand te hebben. Alleen de structurele dakelementen, de metalen draagstructuur, moeten een brandstabiliteit hebben.

    Voor die draagstructuur vraagt bijlage 6, afhankelijk van het gebouw, R 60 in klasse A en R 120 in klasse B of C. Wordt een dak vernieuwd op een bestaande structuur, dan verandert die eis niet door het nieuwe dak, maar wel de belasting: een zwaardere opbouw of zonnepanelen moeten door dezelfde structuur gedragen worden.

    Compartimentering aan het dak

    Een groot industriegebouw wordt in compartimenten verdeeld, zodat een brand niet de hele hal bereikt. De toegelaten oppervlakte hangt af van de klasse en van sprinklers. Voor een gebouw met één bouwlaag noemt bijlage 6 bijvoorbeeld 5.000 m² voor klasse B zonder sprinklers en zonder brandstabiliteit van de structuur, en 10.000 m² als de structuur R 30 of meer heeft. Voor klasse A is dat 25.000 m².

    Waar een compartimentwand het dak raakt, zit het zwakke punt. Bijlage 6 laat twee oplossingen toe. Ofwel steekt de wand minstens 1 m boven het dakoppervlak uit. Ofwel sluit de wand aan op een strook dak van minstens 4 m breed met een brandweerstand E 60 of E 120, en die strook is, met uitzondering van de dakafdichting, opgebouwd uit materialen A1 of A2-s1,d0. Wie een dak vernieuwt boven een bestaande compartimentwand, moet dat detail dus meenemen in de keuze van de isolatie.

    Daarnaast vraagt bijlage 6 in de meeste compartimenten een rook- en warmteafvoer volgens NBN S 21-208-1. Voor compartimenten tot 2.000 m² gaat het om minstens 3% van de vloeroppervlakte. Klasse A tot 10.000 m² en klasse B tot 500 m² zijn daarvan vrijgesteld. Rookluiken en lichtkoepels zitten in het dak, en de aansluiting ervan hoort bij de dakopbouw.

    De keuze van de isolatie

    Op een steeldeck dak zijn de gangbare isolatiematerialen minerale wol, PIR, EPS en cellulair glas. Minerale wol en cellulair glas zijn minerale materialen; PIR en EPS zijn kunststofschuimen. Welke klasse een product heeft, staat in zijn prestatieverklaring, en voor Broof(t1) telt de combinatie met de dakbedekking. Een klasse per materiaal geven we hier bewust niet, omdat ze afhangt van het product en de bekleding.

    Twee bronnen geven wel richting bij strengere eisen. Het sectorhandboek voor veilige PV-systemen op niet-residentiële platte daken vraagt onder zonnepanelen isolatie in klasse A1, A2 of FM Approved B-s1,d0, met als voorbeelden steenwol en FM Approved PIR. FM Global noemt cellulair glas, minerale wol van minstens 25 mm en gips van minstens 6 mm als onbrandbare tussenplaat. Wat er op uw dak moet, volgt uit de eisen die voor uw gebouw gelden.

    Zonnepanelen op het dak

    Zonnepanelen brengen elektrische installaties op het dak, en daarmee een nieuwe ontstekingsbron boven brandbare lagen. Een wettelijke regeling specifiek voor PV op industriedaken hebben we niet gevonden. Wel bestaat het Handboek veilige PV-systemen voor niet-residentiële platte daken (Volta, 2023), een praktijkrichtlijn waarnaar BeSWIC, het kenniscentrum van de FOD Werkgelegenheid, verwijst.

    Dat handboek vraagt dat de isolatie en de dakhuid onder de panelen klasse A1, A2 of FM Approved B-s1,d0 hebben, dat panelen nooit boven een brandwand komen, met minstens 1 m vrije ruimte tussen het PV-veld en de brandwand, en minstens 80 cm tot lichtkoepels. FM Global beveelt in zijn datasheet over PV op daken velden van hoogstens 46 bij 46 m aan, met 1,2 m tussenruimte en 1,8 m tot lichtkoepels, en schrijft dat een FM Approved Class 1A dak die goedkeuring verliest zodra er panelen op komen, tenzij het geheel als dak met PV goedgekeurd is.

    FM Global: wanneer de verzekeraar het vraagt

    Sommige bedrijven zijn verzekerd bij een verzekeraar die FM Global volgt, of hebben een verzekeraar die naar FM verwijst. Dan kan een FM Approved dakopbouw gevraagd worden. FM 4450 beoordeelt een geïsoleerd steeldeck dak als Class 1: weinig vlamuitbreiding onder de staalplaat, voldoende weerstand tegen windopzuiging en beperkte schade door hitte. FM 4470 beoordeelt het hele dak als één geheel, met brand van boven en van onder, wind en hagel.

    Het principe is hetzelfde als bij Broof(t1): niet één materiaal wordt goedgekeurd, maar de combinatie van staalplaat, dampscherm, isolatie, bevestiging en dakbedekking. Vraagt uw verzekeraar zo'n opbouw, dan hoort dat in de eerste analyse, want het bepaalt welke producten in aanmerking komen.

    Hoe dit in een traject meegenomen wordt

    DMA bepaalt de juiste dakopbouw, en brandveiligheid hoort daarbij van bij de analyse. Welke regels gelden voor uw gebouw, waar compartimentwanden en rookluiken zitten, of er zonnepanelen op komen en wat uw verzekeraar vraagt: dat zijn vragen die vóór de keuze van isolatie en dakbedekking beantwoord worden. De gekozen combinatie wordt gekozen met een goedkeuring of classificatierapport dat de gevraagde klasse aantoont, en de gegevens komen in het dossier van het dak.

    Volgt er een vergunningsaanvraag, dan geldt het advies van de brandweer. Deze pagina vervangt dat advies niet, en ook geen studie door een brandveiligheidsdeskundige wanneer die nodig is.

    Veelgestelde vragen

    Moet de dakbedekking van mijn bedrijfshal Broof(t1) zijn?

    Voor een industriegebouw of een uitbreiding met een bouwaanvraag vanaf 15 augustus 2009 wel: bijlage 6 van het KB basisnormen vraagt dat letterlijk. Voor een bestaand gebouw geldt bijlage 6 niet automatisch, maar ze wordt vaak als leidraad gebruikt en de brandweer kan het vragen.

    Is een membraan met Broof(t1) genoeg?

    Nee. De klasse geldt voor de volledige opbouw zoals ze gelegd wordt. Een membraan dat Broof(t1) haalt op minerale wol, haalt dat niet automatisch op EPS. Het bewijs komt uit een ATG of een classificatierapport van die combinatie.

    Moeten de stalen profielplaten brandwerend beschermd worden?

    Volgens Buildwise in principe niet: voor niet structurele elementen zoals staalplaten gelden geen eisen voor brandstabiliteit. De metalen draagstructuur moet wel een brandstabiliteit hebben, afhankelijk van het gebouw.

    Wat moet er gebeuren waar een compartimentwand het dak raakt?

    Ofwel steekt de wand minstens 1 m boven het dak uit, ofwel sluit hij aan op een strook dak van minstens 4 m met brandweerstand E 60 of E 120, opgebouwd uit materialen A1 of A2-s1,d0, met uitzondering van de dakafdichting.

    Welke isolatie hoort onder zonnepanelen?

    Het sectorhandboek voor PV op niet-residentiële platte daken vraagt klasse A1, A2 of FM Approved B-s1,d0, voor de dakhuid en de isolatie. Het is een praktijkrichtlijn, geen wet, maar verzekeraars en brandweer volgen het vaak.

    Een dakopbouw die aan de brandeisen van uw gebouw voldoet?

    Doe de dakscan of vraag een offerte aan via het formulier. DMA bepaalt de juiste dakopbouw en volgt het traject op van opmeting tot oplevering.

    We respecteren uw privacy

    We gebruiken cookies om de site te verbeteren en te analyseren.